Vijf essentiële competenties

Dashboard / Inclusieve leeromgevingen / Basic - Vijf essentiële competenties

Vaardig worden in het creëren van inclusieve leeromgevingen vereist professionele ontwikkeling. Volgens wetenschappelijk onderzoek zijn er vijf essentiële competenties om inclusieve leeromgevingen te creëren. Soms wordt ‘competentie’ eerder eng opgevat en gelijkgesteld met vaardigheden. Competentie wordt hier breder opgevat: een verwevenheid van kennis, vaardigheden en attitudes, die je kunt inzetten in reële situaties.

  • Competentie 1: Diversiteit (h)erkennen, waarderen en benutten
  • Competentie 2: Inzetten op positieve relaties in een veilig klasklimaat
  • Competentie 3: Krachtige leerprocessen in een toegankelijke en flexibele leeromgeving ontwerpen en hanteren
  • Competentie 4: Samenwerken met diverse actoren
  • Competentie 5: Doelgericht werken aan de eigen professionalisering

 

C1: De leerkracht (h)erkent, waardeert en benut diversiteit

Diversiteit is een steeds aanwezige factor in de maatschappij en dus ook in het onderwijs. Verschillen tussen leerlingen en dus verschillen in leren, zijn dan ook inherent aan iedere klascontext. Deze verschillen zijn van allerlei aard: sociale achtergrond, interesses, leerprofielen, talenkennis en taalvaardigheid, sociale en communicatieve vaardigheden, lichamelijke vermogens, persoonlijkheid, etc. Het (h)erkennen van deze verschillen maakt een betere afstemming tussen de leerstof en de leerling mogelijk, wat de kans op succesvol leren vergroot.

Diversiteit [LINK] zien we als een meerwaarde en als een kans op leren. Voorbeelden die helpen om de eigen kijk hierbij onder de loep te nemen:

  • Ik vind verschillen tussen leerlingen in het onderwijs vanzelfsprekend.
  • Ik ben ervan overtuigd dat alle leerlingen kunnen blijven leren en ontwikkelen.
  • Ik ben me ervan bewust dat etiketten en labels leer- en participatiekansen van leerlingen kunnen in de weg staan.

C2: De leerkracht zet in op positieve relaties in een veilig klasklimaat

Leerlingen tonen meer motivatie wanneer de leerkracht drie basisbehoeften in acht neemt: nood aan verbondenheid, nood aan autonomie en nood aan competentie. Om verbondenheid te creëren, heb je als leerkracht oog voor de sociale participatie van alle leerlingen door ze affectie te tonen, betrouwbaar en beschikbaar te zijn. Een tweede fundamentele component is het inzetten op de autonomie van elke leerling. Leerlingen willen gehoord worden en eigen keuzes kunnen maken. De school, schoolomgeving en schoolrelaties spelen daarbij een belangrijke rol. Bij competentie 3, bespreken we enkele strategieën om hierop in te spelen. Tot slot probeer je als leerkracht het competentiegevoel van elke leerling te stimuleren. Dit doe je bijv. door leerlingen meer controle te laten ervaren over hun leeruitkomsten (wat kan door structuur aan te bieden en uitdagende verwachtingen te stellen).

Hier zet je in op de positieve leerkracht-leerling relatie. Een aantal elementen waar je eventjes als leerkracht bij kan stilstaan:

  • Speel ik in op de onderwijsbehoeften van alle leerlingen?
  • Zorg ik dat alle leerlingen op een respectvolle manier omgaan met elkaar?
  • Stel ik uitdagende verwachtingen ten aanzien van mijn leerlingen?

C3: De leerkracht ontwerpt en hanteert krachtige leerprocessen in een toegankelijke en flexibele leeromgeving

Leerlingen verschillen van elkaar in de manier waarop ze leren: ze hebben verschillende interesses, leertempo en leerprofielen. Ze dragen een andere rugzak met kennis en vaardigheden mee naar school. In een toegankelijke en flexibele leeromgeving hanteer je werkvormen en onderwijsstrategieën die rekening houden met de diverse manieren waarop je leerlingen leren. De volgende vier strategieën helpen dit te realiseren:

  • Universeel ontwerp [LINK] (Universal Design for Learning of UDL) biedt richtlijnen en maatregelen om onderwijs zo toegankelijk mogelijk te maken. Leeromgevingen geef je zo vorm dat alle leerlingen een meerwaarde ervaren van de extra ondersteuning die je aanreikt. Je kan informatie bijv. op verschillende manieren aanbieden: visueel, tekstueel, schematisch, etc.
  • Bij binnenklasdifferentiatie[LINK] stem je de les af op verschillen tussen leerlingen (bijvoorbeeld op vlak van interesses, voorkennis en voorkeur) om maximale leerkansen voor iedere leerling te realiseren. Als leerkracht houd je bijvoorbeeld rekening met verschillen in interesses door de les te laten aansluiten bij de verschillen in de leefwereld van leerlingen. Je kan rekening houden met voorkeuren van leerlingen door te variëren in bronnen en materialen.
  • Feedback en evaluatie[LINK] zijn een continu proces en bijzonder effectief om de leerprestaties van leerlingen te verhogen. De informatie die je zo verzamelt, kan worden ingezet om onderwijsactiviteiten aan te passen op maat van de leerlingen.
  • Samenwerkend leren[LINK] gaat ervan uit dat leerlingen leren van elkaar en elkaars leerproces ondersteunen. Medeleerlingen zijn een toegankelijke en laagdrempelige bron van ondersteuning. Door ondersteuning te geven aan anderen, leren leerlingen bovendien ook zelf.

Volgende hulpvragen helpen dit concreet te maken:

  • Bied ik verschillende onderwijsmethoden, leermaterialen en hulpmiddelen aan die toegankelijk zijn voor alle leerlingen?
  • Bied ik informatie aan op verschillende manieren?
  • Hanteer ik verschillende werk- en groepswerkvormen in functie van het leren van alle leerlingen?
  • Gebruik ik evaluatie en feedback om mijn onderwijsaanbod aan te passen aan wat leerlingen nodig hebben?

C4: De leerkracht werkt samen met diverse actoren

Voor het creëren van inclusieve leeromgevingen is samenwerking cruciaal, zowel met professionals (schoolintern en -extern) als met ouders en leerlingen. Door samen te werken met diverse actoren schakelen personen elkaar als hulpbron in om inclusieve leeromgevingen te creëren. Enkele belangrijke voorwaarden voor samenwerking zijn o.a. gelijkwaardigheid tussen partners, wederzijds respect en vertrouwen, zich kunnen inleven in verschillende perspectieven, doelgerichtheid, transparantie en flexibiliteit.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij stil kan staan:

  • Werk ik op verschillende manieren samen met collega’s en wissel ik vaak ervaringen en ideeën uit?
  • Geef en vraag ik constructieve feedback aan leerlingen, ouders en collega’s?
  • Betrek ik ouders actief bij de ondersteuning van hun kind?

C5: De leerkracht werkt doelgericht aan de eigen professionalisering

Om de vier bovenstaande competenties te versterken, zetten leerkrachten doelgericht en actief in op de eigen professionele ontwikkeling. Professionele ontwikkeling is essentieel om in te spelen op veranderende situaties en behoeften van leerlingen. Dankzij een onderzoekende houding naar wat er in de eigen klascontext, voor deze leerlingen, met deze samenwerkingspartners nodig is, slaag je er als leerkracht in om vanuit eigen leerdoelen je eigen professionele ontwikkeling actief vorm te geven.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij stil kan staan:

  • Evalueer ik systematisch het effect van mijn manier van lesgeven?
  • Reflecteer ik samen met anderen over mijn onderwijspraktijken?
  • Sta ik ervoor open te blijven leren van collega’s en anderen?

De materialen die je in het kenniscentum raadpleegt, spelen in op het verwerven van bovenstaande competenties. Ze vormen dus een hulpbron om de eigen professionalisering bij het creëren van inclusieve leeromgevingen in handen te nemen.